Eigenverbruik van zonnestroom: waarom 30 procent vanaf 2027 te weinig is
Zonder opslag gebruikt een gemiddeld huishouden ongeveer 30 procent van zijn eigen zonnestroom direct. Vanaf 2027 bepaalt juist dat percentage wat je panelen opleveren. Wat het verschil is tussen 30 en 65 procent in euro's, en vier manieren om het te verhogen.
Geschreven door Rheyi, mede-eigenaar van Stap naar Duurzaam · Gepubliceerd op 20 augustus 2026
Het korte antwoord
Eigenverbruik is het deel van je opgewekte zonnestroom dat je direct zelf gebruikt, op het moment dat de panelen hem maken. De rest gaat het net op. Voor een gemiddeld huishouden met zonnepanelen en zonder opslag ligt dat eigenverbruik in de praktijk rond de 30 procent. Ruim tweederde van je eigen stroom gaat dus naar het net.
Tot en met 2026 maakt dat weinig uit, want dankzij de salderingsregeling is een teruggeleverde kilowattuur evenveel waard als een zelfgebruikte. Vanaf 1 januari 2027 is dat voorbij. Dan is een zelfgebruikte kilowattuur ongeveer 28 cent waard en een teruggeleverde ruwweg 5 tot 7 cent. Vanaf dat moment is je eigenverbruikspercentage het getal dat bepaalt wat je panelen opleveren.
Met een thuisbatterij verschuift dat percentage doorgaans naar 60 tot 70 procent, omdat je overschot van de middag beschikbaar komt voor de avond. Zonder batterij kun je het ook verhogen, gewoon door je zware apparaten overdag te laten draaien. Dat kost niets.
Waarom je eigenverbruik zo laag is
Het probleem is timing, niet hoeveelheid. Je panelen wekken het meest op tussen elf uur 's ochtends en vier uur 's middags. Je verbruikt het meest tussen zeven uur 's ochtends en negen uur, en daarna weer tussen vijf uur 's middags en tien uur 's avonds.
Die twee curves overlappen nauwelijks. Op een zonnige dag in juni draaien je panelen op vol vermogen terwijl er niemand thuis is, en 's avonds als de oven, de wasdroger en de televisie aangaan, leveren ze niets meer. Daarom gaat het grootste deel van je opwek het net op en koop je 's avonds diezelfde stroom weer terug.
Onder saldering merkte je dat niet, want de meterstanden streepten tegen elkaar weg. Vanaf 2027 merk je het wel.
Wat je eigenverbruik waard is vanaf 2027
Neem een huishouden met veertien panelen dat 4.000 kWh per jaar opwekt. We rekenen met een leveringstarief van 28 cent per kWh inclusief belastingen en een terugleververgoeding van 6 cent, de wettelijke ondergrens van 50 procent van een kaal leveringstarief van 12 cent.
- Bij 30 procent eigenverbruik: 1.200 kWh zelf gebruikt (336 euro aan niet-ingekochte stroom) en 2.800 kWh teruggeleverd (168 euro). Samen 504 euro per jaar.
- Bij 65 procent eigenverbruik: 2.600 kWh zelf gebruikt (728 euro) en 1.400 kWh teruggeleverd (84 euro). Samen 812 euro per jaar.
Het verschil is ruim 300 euro per jaar bij precies dezelfde panelen en dezelfde opwek. Alleen het moment van gebruik verschilt.
Dit is een rekenvoorbeeld met de aannames er expliciet bij, geen belofte. Je eigen verbruik, je eigen tarief en je eigen dakoriëntatie bepalen de uitkomst.
Vier manieren om je eigenverbruik te verhogen, van gratis naar duur
1. Verschuif je zware apparaten naar de middag. Kosten: nul. Wasmachine, vaatwasser en wasdroger op een timer tussen elf en vier. Bij een gemiddeld huishouden levert dit al enkele procentpunten op.
2. Laad je elektrische auto overdag. Kosten: nul, als je overdag thuis kunt laden. Een auto is verreweg de grootste verbruiker in huis. Wie doordeweeks thuiswerkt en overdag laadt, verhoogt zijn eigenverbruik meer met deze ene gewoonte dan met welke andere maatregel ook.
3. Verwarm je water met stroom in plaats van gas. Een warmtepompboiler of een elektrische boiler op een timer zet je middagoverschot om in warm water voor de avond. Dat is opslag, alleen dan in de vorm van warmte.
4. Sla je overschot op in een thuisbatterij. Dit is de duurste maatregel en tegelijk de enige die het probleem volledig oplost, omdat hij de middag naar de avond verplaatst zonder dat je je gedrag hoeft aan te passen. In de praktijk komt het eigenverbruik daarmee doorgaans op 60 tot 70 procent.
Begin bij de eerste twee. Die kosten niets en je merkt binnen een maand op je meterstanden wat ze doen. Pas als je weet hoeveel je daarmee haalt, is het zinvol om te rekenen aan de derde en de vierde.
Waarom meer panelen niet meer het antwoord is
Tot en met 2026 gold: hoe meer panelen, hoe beter, want alles wat je te veel opwekte streepte je weg tegen je winterverbruik. Vanaf 2027 werkt die rekensom niet meer.
Elk extra paneel dat opwekt op een moment waarop je niets verbruikt, levert je nog maar 5 tot 7 cent per kilowattuur op in plaats van 28. De terugverdientijd van dat extra paneel wordt daarmee ruwweg vier keer zo lang.
Dat betekent niet dat panelen niet meer lonen. Het betekent dat het juiste aantal panelen voortaan wordt bepaald door je verbruik en niet door je dakoppervlak. Waar panelen in de volgorde thuishoren, staat in in welke volgorde verduurzaam je je huis.
Veelgestelde vragen
Hoe weet ik wat mijn eigenverbruik nu is? Kijk op je jaarafrekening naar je opwek en je teruglevering. Wat je opwekte min wat je terugleverde is wat je zelf gebruikte. Deel dat door je opwek en je hebt je percentage. Heb je een slimme meter en een P1-uitlezing, dan zie je het per dag.
Verhoogt een thuisbatterij mijn eigenverbruik altijd naar 60 tot 70 procent? Dat is de praktijkrange, geen garantie. Het hangt af van de capaciteit van de batterij, van hoeveel je 's avonds verbruikt en van je dakoriëntatie. Een batterij die elke avond leeg is voor middernacht doet zijn werk; een batterij die nooit voller komt dan de helft is te groot gekozen. Welke maat en welk type bij welk huis past, staat in welke thuisbatterij past bij jou.
Werkt dit ook in de winter? Voor eigenverbruik uit zon nauwelijks, want er is dan weinig opwek. Een batterij doet in de winter iets anders: bij een dynamisch contract laadt hij 's nachts op wanneer stroom goedkoop is en gebruik je hem in de dure avonduren. Bij een vast contract vervalt dat voordeel grotendeels.
Telt de stroom voor mijn warmtepomp mee als eigenverbruik? Ja, als de warmtepomp draait terwijl de panelen opwekken. In de winter is dat lastig, want dan is de warmtevraag het hoogst en de opwek het laagst. Dat is precies waarom een warmtepomp je eigenverbruik minder verhoogt dan mensen verwachten.
Bronnen
Gecontroleerd op 20 augustus 2026.
- Rijksoverheid, over het stoppen van de salderingsregeling per 1 januari 2027 en de wettelijke minimumvergoeding van 50 procent van het kale leveringstarief tot 2030
- Praktijkcijfers over eigenverbruik met en zonder thuisopslag
- Terugleververgoedingen en terugleverkosten per leverancier, augustus 2026
Verder lezen
Andere stukken die aansluiten op wat je hierboven las.
In welke volgorde verduurzaam je je huis?
Eerst de schil, dan de installatie, dan de opwek, dan de opslag. Niet uit principe maar omdat elke stap bepaalt hoe groot de volgende moet zijn, en omdat de ISDE op isolatie verdubbelt als je binnen 24 maanden een tweede maatregel doet. Met de route bij een beperkt budget.
Lees het artikelEen warmtepomp in een tussenwoning uit 1975: wat er nodig is
Het meest voorkomende huistype van Nederland, en ja, er kan een warmtepomp in. Vier dingen moeten eerst kloppen: de isolatie, het afgiftesysteem, de plek en het geluid van de buitenunit, en je meterkast. Plus wat de ISDE in 2026 oplevert en wanneer wij het afraden.
Lees het artikelNetcongestie voor huiseigenaren: waarom je omvormer uitvalt en wat je eraan doet
Boven 253 volt schakelt je omvormer zichzelf uit en verlies je opwek zonder dat je het merkt. Sinds 1 juli 2026 kunnen ook huishoudens op een wachtlijst voor een zwaardere aansluiting. Vijf oplossingen, en de vergoedingen die netbeheerders inmiddels betalen.
Lees het artikel
Jouw energie. Jouw ritme. Jouw batterij.
Doe de gratis woningscan en ontdek binnen enkele minuten wat verduurzamen jou oplevert.
Start de gratis woningscan